sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Power Quality

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Power Quality-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Power Quality

“ De Power Quality boeken hielpen me al goed op weg, maar met de Kennisbank Power Quality zijn antwoorden, oplossingen en tools altijd en overal beschikbaar ”
 

H. Vlottes, directeur Vlottes Electromechaniek
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Service & Advies

Stel hier uw vraag:

 

Redactieleden

Prof. dr. ir. J.F.G. Cobben

Prof. dr. ir. J.F.G. (Sjef) Cobben (1956) is afgestudeerd... >> Bekijk biografie

Veelgestelde vragen

Dips

Bij het aanlopen van een motor ontstaan spanningsdips. Hoe groot mogen de spanningsdips eigenlijk zijn en zijn hiervoor waarden in de NEN 1010 opgenomen? Bepaling(en): 8.525.

Het spanningsverlies in een installatie mag 5% bedragen. De NEN 1010 stelt dat het spanningsverlies groter mag zijn als dit voor het elektrische materieel toelaatbaar is, bijvoorbeeld bij het aanlopen van motoren. Dan gaat het om de spanning op de klemmen van de motor.

 

Aan de spanningsdip bij het aansluitpunt worden andere eisen gesteld dan bij de motor.

Aan de spanningsdip bij het aansluitpunt worden andere eisen gesteld dan bij de motor.

 

Het energiebedrijf zal echter in de aansluitvoorwaarden ook eisen stellen aan de maximale spanningsdip op het punt van aansluiting (zie de onderstaande afbeelding). De maximale spanningsdip moet hierbij voldoen aan de getekende curve (zogeheten flikkercurve). De maximale spanningsdip op het aansluitpunt is 3%. Bij meerdere inschakelingen per minuut kan dit ook nog lager zijn. Een en ander is bedoeld om klachten met verlichting te voorkomen.

 

De flikkercurve

De flikkercurve.

Lees meer over de problemen en oplossingen bij Dips.

In ons bedrijf is voor de tweede keer dit jaar een deel van het proces stilgevallen door een spanningsdip in de voedende spanning. Hoe vaak in een jaar komt dit voor en is de netbeheerder hiervoor aansprakelijk?

Het gemiddelde aantal dips dat in Nederland optreedt, ligt ongeveer op tien per jaar. Nu zal niet elke dip zo diep zijn (of zo lang duren) dat er uitval van een proces plaatsvindt. Ook kan het aantal dips per jaar enorm variëren. Op dit moment is er nog geen sluitende regelgeving ten aanzien van het ‘toegestane’ aantal dips. De netbeheerder kan er dus niet op aangesproken worden. Als er sprake is van onevenredig veel dips en dit zou terug te voeren zijn op slecht netbeheer, dan is dit wellicht wel mogelijk.

Lees meer over dit onderwwerp in de case: Dips - Storingen door sluitingen in het MS-net.

Ik meet in mijn meterkast regelmatig een spanning van 210 V. De nominale spanning zou toch 230 V moeten zijn. Is deze spanning dan niet te laag?

De nominale spanning (voor laagspanning) is inderdaad 230 V. De werkelijke spanning op het aansluitpunt mag hier +/-10% van afwijken en kan dus variëren tussen de 207 en 253 V. 

In onze installatie met veel verlichting is een 3e harmonische stroom in de fase gemeten van 45%. Wat betekent dit voor de leiding die de betreffende verdeelinrichting voedt? 

Als er een aandeel van 45% 3e harmonischen in de stroom aanwezig is, dan zal de stroom in de nulgeleider groter zijn dan de stroom in de fasegeleider. Het dimensioneren van de leiding moet dan ook gebeuren met de nulstroom als basis voor de berekening. De leiding kan vervolgens niet volledig worden belast. Een correctiefactor van 0,86 moet nog worden toegepast. De kabel kan dus maar tot 86% van zijn (normale) maximaal toelaatbare stroom worden belast.

Flikker

Heeft het zin om naar een klant die lichtflikker veroorzaakt, dikkere kabels aan te leggen?  

 

Flikker wordt veroorzaakt door spanningsvariaties. Deze spanningvariaties ontstaan door stroomvariaties gekoppeld aan de netimpedantie. Flikker kan dus worden verlaagd door of de stroomvariaties te verkleinen of de (net)impedantie.

Dus ja, het kan zeker helpen om een dikkere kabel te leggen want hierdoor neemt de impedantie af.
Wel moet goed beoordeeld worden of:

> dat deel van het net verzwaard wordt waar ook de stroomvariaties
> optreden de dikkere kabels ook leiden tot een voldoende verlaging van
> de impedantie (impedantie van de totale keten).
 

Harmonischen

Waarom kunnen overspanningsbeveiligingen beter niet met automaten beveiligd worden?

Als overspanningsafleiders beveiligd moeten worden, moet dit altijd met smeltpatronen worden gedaan. De spoel in een installatieautomaat vormt namelijk een barrière voor de eventueel optredende overspanningen. De installatieautomaat bestaat uit een thermisch gedeelte (bimetaal) en een magnetisch gedeelte (spoel). De stroom vloeit door het bimetaal en de spoel.

Indien een overspanning ontstaat en de overspanningsafleiders na de installatieautomaat gemonteerd zijn, zal bij een indirecte blikseminslag tijdens het afleiden van de overspanning, de afgeleide stroom door de overspanningsafleiders worden afgevoerd. Omdat deze stroom veelal uit hogere harmonischen bestaat, zal de spoel als grote impedantie worden gezien. Hierdoor ontstaat een zeer hoge spanning over de aanwezige spoel. Deze spoel is hierop niet berekend en zal veelal beschadigd raken en de installatieautomaat kan zelfs exploderen. De werking wordt door deze spoel zelfs teniet gedaan. Dit in tegenstelling tot de grotere vermogensautomaten waar de stroom niet direct door de spoel van het magnetische gedeelte vloeit, maar indirect via stroomtrafo's wordt overgebracht. Bij toepassing van een aardlekschakelaar zal de aardlekbeveiliging uiteraard aanspreken.

Hoe ontstaan 3e harmonischen en hoe weet ik of ze in een installatie voorkomen?

Hogere harmonischen ontstaan door belastingen die geen sinusvormige stroom vragen, zogeheten niet-lineaire belastingen. Dit is het geval bij fluorescentielampen en bij schakelingen met halfgeleidercomponenten. In de onderstaande afbeelding is een belastingsstroom afgebeeld van een fluorescentielamp.

 

De belastingsstroom van een fluorescentielamp

De belastingsstroom van een fluorescentielamp.

 

Deze stroom is te ontbinden in een stroom met een frequentie van 50 Hz (grondharmonische) en een stroom met een frequentie van 150 Hz (3e harmonische). Bij een viergeleiderinstallatie is er tussen de grondharmonische van de drie fasen een faseverschil va n 120°. Hierdoor zullen deze stromen in het sterpunt van de belasting gesommeerd 0 zijn (bij gelijke belasting van de fasen). Bij de 3e harmonische is er geen faseverschil, zodat deze in het sterpunt elkaar versterken en er een stroom door de nul gaat lopen. Voor deze situatie moet men of voor de nul een grotere doorsnede kiezen of de belasting van de fasen verlagen.

 

Zie hiervoor de NEN 1010-5:1996, bijlage CC523, pagina 173-174. Om te weten hoe groot het aandeel van de 3e harmonische is in een belasting, zal men terug moeten vallen op informatie van de leverancier.

 

Lees hier meer over problemen en oplossingen bij harmonischen.,

De stromen in ons bedrijf bevatten veel harmonischen. Onze transformator wordt gevoed door een railkokersysteem. In hoeverre zijn railkokersystemen gevoelig voor harmonische stromen? 

Net als bij een leiding zal ook bij railkokersystemen extra verwarming optreden bij harmonische stromen. Uiteindelijk zal uw railkokersysteem niet vol belast kunnen worden. Daarnaast werken er door de harmonische stromen ook extra mechanische krachten op het railkokersysteem.

In onze installatie met veel verlichting is een 3e harmonische stroom in de fase gemeten van 45%. Wat betekent dit voor de leiding die de betreffende verdeelinrichting voedt?

Als er een aandeel van 45% 3e harmonischen in de stroom aanwezig is, dan zal de stroom in de nulgeleider groter zijn dan de stroom in de fasegeleider. Het dimensioneren van de leiding moet dan ook gebeuren met de nulstroom als basis voor de berekening. De leiding kan vervolgens niet volledig worden belast. Een correctiefactor van 0,86 moet nog worden toegepast. De kabel kan dus maar tot 86% van zijn (normale) maximaal toelaatbare stroom worden belast.

Op welke wijze kan bij het berekenen van leidingen het percentage van de hogere harmonischen worden bepaald?

Het percentage hogere harmonischen moet door de fabrikant van het betreffende elektrische materieel worden gegeven. Met bijlage CC523 van de NEN 1010 kan dan een reductiefactor worden bepaald. 

Klik hier voor een rekentool om harmonische vormen te berekenen.

Hoe kan er gerekend worden met een THD-waarde? Stel dat er voor een ontwerp in een gebouw verschillende type armaturen worden toegepast met verschillende THD-waarden, kunnen deze bij elkaar opgeteld worden? Hoe moet hiermee omgegaan worden?

 

Je kunt de THD-waarden niet zomaar optellen.

 

Bij dezelfde type lampen kan de THD hetzelfde blijven. THD is totale harmonische vervorming gerelateerd aan de nominale 50 HZ stroom. Deze stroom zal bij verdubbeling van het aantal armaturen verdubbelen maar de THD zal hetzelfde blijven. De harmonische stromen verdubbelen dus evenredig mee.

 

Bij verschillende type armaturen kan de THD lager zijn de hoogste THD-waarde omdat de harmonische elkaar soms een beetje compenseren.
 

Wij krijgen regelmatig vragen van klanten, waarom is de harmonische negatief?   Nu heb ik zelf daar niet genoeg kennis van om dat goed te kunnen verklaren. Ik verwacht zelf dat het te maken heeft met de inductief of capacitief maar ik weet het niet zeker.

Het heeft niets te maken met inductief of capacitief.

 

Het is een vervorming van de stroom (of spanning) die uit te drukken is in sinusvormige stromen met hogere frequenties. Deze leveren vrijwel alleen een soort blindvermogen op die geen bijdrage leveren aan het werkzame vermogen.  Ze belasten wel alle componenten in een installatie.

Alle veelvouden van drie (3e, 9e etc) leveren een extra belasting op in de nulgeleider van systemen.

Grote vervormingen kunnen ook meerdere nulpunten opleveren met uitschakeling van toestellen tot gevolg.

Stroom in de nulgeleider

Hoewel er in de installatie een evenredige belasting is over de drie fasen, loopt er een behoorlijke stroom over de nulgeleider. Waardoor wordt deze veroorzaakt?

De stroom  in de nulgeleider kan veroorzaakt worden doordat de effectieve waarden van de stroom in de fasen wellicht (bijna) gelijk zijn, maar een verschillende fasehoek hebben, waardoor er toch sprake is van asymmetrie in de stromen.

Een andere mogelijkheid is dat er stromen zijn met harmonische vervorming. Als de stromen in de fasen veel 3e harmonische bevatten (of veelvouden van 3) dan sommeren deze stromen in de nulgeleider. Bij deze harmonische stromen is er namelijk geen faseverschuiving tussen de verschillende fasestromen (zie ook de problemen met de nulgeleider).

 

Lees hier een case over een breuk in de nulgeleider.

Kwaliteit van spanning en stroom

Mijn buurman heeft een lasapparaat en bij het lassen ondervinden we een hinderlijk knipperen van ons licht. Kunnen we onze buurman hierop aanspreken?

In principe is het de verantwoordelijk voor de netbeheerder om te zorgen voor een voldoende kwaliteit van de voedende spanning. Het knipperen van uw licht komt doordat de lasstromen de spanning beïnvloeden. Deze interactie tussen stroom en spanning is een zorg voor de netbeheerder. Wat zou moeten gebeuren, is dat de netbeheerder de spanning meet en uw buurman aanspreekt op te grote variaties in de stromen omdat hiermee de spanningskwaliteit ontoelaatbaar wordt beïnvloed. Overigens kan het ook zo zijn dat de sterkte van het net onvoldoende is. Dan moet de netbeheerder zelf maatregelen nemen om het probleem op te lossen.

Kunt u aangeven in hoeverre een energiebedrijf verplicht is jou van energie te voorzien (leveringsplicht) en is diezelfde energiemaatschappij ook verplicht jou op de hoogte te brengen als het energiebedrijf gepland onderhoud gaat uitvoeren waardoor je een aantal uren geen spanning hebt?

Er moet niet gesproken worden van het energiebedrijf.

We kennen tegenwoordig de leveranciers (in- en verkoop van energie) en de netbeheerders Deze vraag gaat over de netbeheerders die inderdaad een aansluitplicht hebben.

Betekent niet dat ze iets leveren want daarvoor moet een afspraak met een leverancier gemaakt worden.

 

Als er een aansluiting is en er is gepland onderhoud dan wordt dit aan de betreffende klanten medegedeeld.

In de netcode is veel van dit soort zaken te vinden (ww.acm.nl)

In bedrijf nemen van een installatie

Is het zinvol om bij het in bedrijf nemen van een installatie alle power quality kenmerken te meten of kan dit beter 1 jaar later gebeuren?

Bij het ontwerpen van een installatie zijn meestal niet alle gegevens bekend en worden er aannames gemaakt. Zeker ten aanzien van harmonische stromen die er gaan lopen, is er vooraf weinig bekend. Het is dus zeker zinvol om bij het in bedrijf nemen van een installatie te meten in hoeverre alles goed gedimensioneerd is. Als er binnen het bedrijf veel verandert (andere belastingen, opwekkers, enzovoort), dan kan een hermeting zinvol zijn. Bij grote industriële bedrijven is een continue meting aan te bevelen.

 

Lee in de sectie Monitoring & Analyse meer over het meten en inspecteren van installaties.

Decentrale opwekkers

Er worden tegenwoordig steeds meer decentrale opwekkers toegepast. In hoeverre kunnen deze de power quality-aspecten beïnvloeden?

Decentrale opwekkers kunnen op diverse manieren allerlei kwaliteitaspecten van de spanning beïnvloeden. Duidelijk is dat opwekkers het spanningsniveau beïnvloeden doordat de spanning zal stijgen op die punten waar de opwekkers zijn aangesloten. Daarnaast kunnen ze van invloed zijn op de harmonische spanningen. Veel kleinere opwekkers zijn door middel van vermogenselektronica gekoppeld aan het net, wat resulteert in harmonische stromen en dus ook in een toename van harmonische spanningen.

 

Lees meer over de power quality-problemen van decentrale opwekkers in de cases Inpassen van zonne-energie en Woonhuizen met PV-systemen.

Overig

Een klant van ons heeft een MS-installatie waarbij door Houtmot te verbranden energie wordt opgewekt en via een hoogspanningsinstallatie wordt teruggeleverd aan het net. Al een paar keer is de MS-schakelaar uitgevallen en daarbij komt de installatie plat te liggen. Wat zouden mogelijke oorzaken kunnen zijn voor uitval en welke stappen moeten we ondernemen om de oorzaak te onderzoeken.

 

Er zijn diverse mogelijkheden te bedenken waardoor uitval kan optreden maar het is van belang om meer gegevens te krijgen:
Het meten van de stroom en de spanning op voor of achter de MS-schakelaar zou zinvolle informatie kunnen opleveren.

Je zou dan kunnen zien of:

> de schakelaar uitschakelt omdat door een spanningsdip de generator
> veel vermogen teruglevert de schakelaar uitschakelt vanwege relatief
> veel harmonische stromen (in de praktijk diverse malen gezien ook bij
> relatief lage nominale stromen) de schakelaar reageert op een optrende onderspanning (Dip) de ....etc..

Kortom, er zijn diverse mogelijkheden maar zonder info over de optredende stromen en spanning kunnen er geen conclusies worden getrokken.

Stel uw vraag

Heeft u geen oplossing voor uw probleem gevonden? Abonnees krijgen de mogelijkheid om vragen te stellen aan onze deskundige expert(s). Binnen een week kunt u een antwoord verwachten.
Klik hier voor het stel uw vraag formulier