sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Power Quality

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Power Quality-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Power Quality

“ De Power Quality boeken hielpen me al goed op weg, maar met de Kennisbank Power Quality zijn antwoorden, oplossingen en tools altijd en overal beschikbaar ”
 

H. Vlottes, directeur Vlottes Electromechaniek
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Spannings- en vermogensverliezen berekenen

Bij het berekenen van spannings- en vermogensverliezen in een leiding wordt vaak gerekend met de soortelijke weerstand bij 70 ˚C, omdat de leiding belast is en dus opgewarmd. De inductieve weerstand van een leiding is vrijwel niet afhankelijk van de doorsnede. 

 

De inductieve weerstand van de leiding kan zo worden berekend:

 

 

Variabele  
ƒ Hz
L H
Resultaat XL
   
   
ƒ = de frequentie van de spanning
L = de zelfinductie van de leiding

 

 

De zelfinductie is weer afhankelijk van de ligging van leidingen en de opbouw van de leiding. Volgens de NEN 1010 mag het spanningsverlies in een leiding tussen het begin van een installatie en de aansluitpunten niet meer bedragen dan 5%. Bij de installatie te zien op de afbeelding  hieronder is dit het spanningsverschil tussen Ue en Ub.

 

Spanningsverlies

 

 

Het spanningsverlies wordt veroorzaakt door:
 
Het spanningsverlies over de ohmse weerstand is in fase met de stroom door de weerstand. Het spanningsverlies over de inductieve weerstand ijlt 90˚ voor op de stroom.
 
 
Het spanningsverlies over de leidingimpedantie Z is dus gelijk aan:
 
UZ = I · Z
 
Waarbij de leidingimpedantie Z te berekenen is met:

 

 

Variabele  
R Ω
X Ω
Resultaat Z
   
   
R  = de ohmse weerstand (Ω)
X  = de inductieve weestand (Ω)

 

 

Dit spanningsverlies treedt op in de heengaande en retourleiding. In onderstaande afbeelding is het spanningsverlies met pijlenaangegeven.

 

 

Beginspanning Ub, eindspanning Ue.

 

 

De stroom ijlt hierbij na op de spanning. Er is dus sprake van een inductieve belasting. Het spanningsverlies is klein ten opzichte van de nominale spanning (maximaal 5%). In onderstaande afbeelding is het spanningsverlies uitvergroot weergegeven.

 

Optredend spanningsverlies

 

 

Het verschil tussen begin- en eindspanning kan bij benadering berekend worden met de formule:

 

 

Variabele  
I A
R Ω
X Ω
φ  °
Resultaat ΔU
   
   
I  = de stroom (A)
R  = de ohmse weerstand (Ω)
X  = de inductieve weerstand (Ω)
φ  = de hoek in graden tussen spanning en stroom

 

 

De arbeidsfactor zal meestal 0,85 of meer bedragen. Deze waarde wordt door netwerkbedrijven (Netcode) vaak als minimumwaarde geëist. Bij dunnere doorsneden (< 16 mm2) is de ohmse weerstand zoveel groter dan de inductieve weerstand, dat de formule vereenvoudigd kan worden tot:

 

U = I R ∙ cos φ