sluiten

Inloggen

Log hieronder in met uw gebruikersnaam en wachtwoord.

Deze ontvangt u van ons bij het afsluiten van een (proef)abonnement.

Nog geen inlog? meld u gratis aan


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een (proef)abonnement?.
Neem dan contact op met BIM Media Klantenservice:

sluiten

Welkom bij de Kennisbank Power Quality

Om de uitgebreide informatie op de kennisbank te kunnen lezen heeft u een inlogcode nodig. Deze ontvangt u bij het afsluiten van een abonnement.

Waarom de Power Quality-kennisbank

  • Kennis van experts altijd beschikbaar
  • Antwoorden, oplossingen en tools
  • Toevoegen van eigen notities mogelijk
  • Praktijkcases, veelvuldig aangevuld
  • Handige formules en interactieve berekeningen
Neem nu een abonnement >

Abonnement € 255,- per jaar, ieder moment opzegbaar. Meer over een abonnement op Power Quality

“ De Power Quality boeken hielpen me al goed op weg, maar met de Kennisbank Power Quality zijn antwoorden, oplossingen en tools altijd en overal beschikbaar ”
 

H. Vlottes, directeur Vlottes Electromechaniek
Installatie Service Bureau

Inloggen voor abonnees


Vragen?
Kunt u niet inloggen of heeft u vragen over een abonnement?
Neem dan contact op met Vakmedianet Klantenservice: 088 58 40 888

Of stuur een e-mail naar: klantenservice@vakmedianet.nl

Eisen in Netcode

De verplichtingen van zowel netbeheerder als aangeslotene zijn in onderstaande afbeelding weergegeven. Artikel 2.2.4.17 van de Netcode (versie van 24 augustus 2004) luidt: ‘De bijdrage aan de snelle spanningsveranderingen door de aangeslotene op het aansluitpunt wordt beperkt door een maximale bijdrage aan de Pst en de Plt door de eis: ΔPst ≤ 1,0 en ΔPlt ≤ 0,8 (Zref = 283 mΩ conform de IEC 61000-3-3).’ Voor een correcte toepassing is het dus nodig om ten eerste de bijdrage te bepalen van de aangeslotene en ten tweede deze bijdrage om te rekenen naar de bijdrage die achter de referentieimpedantie geleverd zou worden.

 

Artikel 3.2.1 van de Netcode (versie van 24 augustus 2004) stelt eisen aan de netten, in dit verband LS-netten, met betrekking tot de snelle spanningvariaties. De eis is dat vrij weergegeven voor 95% van een week moet gelden Plt ≤ 1 en dat voor 100% van een week moet gelden Plt ≤ 5. De waarde van Plt mag dus nooit groter dan 5 zijn. Het artikel maakt overigens wel het voorbehoud dat dit moet gelden voor netten in de normale bedrijfstoestand.

Eisen van de Netcode

Eisen van de Netcode op het gebied van snelle spanningsvariaties.

 

Een veroorzaker hoeft niet altijd de ‘schuldige’ te zijn. Het ontstaan van een te hoog flikkerniveau is een gevolg van twee zaken: de netimpedantie en de door de aangeslotene veroorzaakte snelle spanningsveranderingen. Die veranderingen worden begrensd door artikel 2.2.4.27 van de Netcode. Het in het net aanwezige flikkerniveau in de normale bedrijfstoestand wordt door artikel 3.2.1 van de Netcode begrensd. Indien het flikkerniveau wanneer de aangeslotene aan de Netcode voldoet toch te hoog is, moet de netbeheerder ervoor zorgen dat de netimpedantie wordt verlaagd of dat door andere middelen het flikkerniveau wordt verminderd (zie ook paragraaf 5.9 van dit boek voor mogelijke oplossingen).

 

In de Netcode is thans de aan een referentie-impedantie van 283 mΩ gerelateerde, maximaal toelaatbare bijdrage aan het flikkerniveau door één aangeslotene bepaald op:

Voor een punt in een net dat een impedantie heeft die juist gelijk is aan deze referentie-impedantie, is het maximaal toelaatbare achtergrond- of basisniveau voor lichtflikkeringen te berekenen uit:

Voor een punt in het net waar het basisniveau van de lichtflikkeringen > 0,79 is en/of de impedantie > 283 mΩ, kan één aangeslotene die zich netjes aan de regels houdt voor een flikkerniveau zorgen in het net dat niet voldoet aan de Netcode.

Bij een netimpedantie ongelijk aan de referentie-impedantie is de toelaatbare bijdrage van een aangeslotene:

Dit betekent dat indien de netimpedantie gelijk is aan 354 mΩ, één aangeslotene die de maximaal toelaatbare bijdrage van 0,8 ten opzichte van de referentie-impedantie levert reeds volstaat om het flikkerniveau in het net op de waarde Plt = 1 te brengen, zelfs indien er geen enkele achtergrondflikker in het net aanwezig is. Is de netimpedantie < 283 mΩ maar het achtergrondniveau > 0,79, dan ontstaat ook de situatie dat bij de maximaal toelaatbare bijdrage van een aangeslotene het flikkerniveau in het net > 1 wordt. Anders geformuleerd: in een net (punt van een net) waar Znet = 283 mΩ en Plt,net,basis = 0,79 loopt men het risico dat bij het aansluiten van een verbruiker, die juist voldoet aan de Netcode, het voor het net toelaatbare flikkerniveau wordt overschreden. Bewust is hier gekozen voor ‘het risico’, omdat al deze berekeningen gebaseerd zijn op een worst case scenario, bijvoorbeeld wat betreft de gelijktijdigheid van optreden en de constantheid van het basisniveau en de bijdrage van een aangeslotene.

 

Een stap verder gaat de volgende beschouwing. Als er één apparaat is aangesloten dat juist voldoet aan de IEC 61000-3-3, met andere woorden als Plt,verbr (op 283 mΩ) is 0,65 geldt, bij welke netimpedantie moet het net dan geheel ‘schoon’ zijn? Dit is te berekenen uit:

Uiteraard zijn er ook voor netimpedanties < 283 mΩ enkele bijzondere waarden te onderscheiden, bijvoorbeeld voor twee aangeslotenen in één punt die beide juist de maximaal toegestane bijdrage leveren. Dit levert een bijdrage op gelijk aan:

Het net moet dan helemaal ‘schoon’ zijn of er moet bij een basisniveau van 0,79 voldaan zijn aan:

Voor een netbeheerder bestaat er een wezenlijk verschil tussen één aangeslotene met twee apparaten en twee aangeslotenen met één apparaat.